ECLI:NL:RBAMS:2016:6897
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar kantonzaken behandelt, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn door onder meer het niet inhoudelijk reageren op haar stellingen en het afkappen van debat over vermeende teveel betaalde facturen.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die wijzen op partijdigheid van de rechter. De rechter heeft de procesorde bewaakt en de regie gevoerd binnen zijn ruime bevoegdheid, en verzoekster heeft voldoende gelegenheid gehad om haar standpunten toe te lichten.
Hoewel er onduidelijkheid was over de precieze positie van verzoekster ten aanzien van de facturen uit 2014, is dit niet voldoende voor het vermoeden van vooringenomenheid. Het verzoek is ook niet te laat ingediend, ondanks dat verzoekster enige tijd heeft gewacht.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af, waarna de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.