Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1],
- [minderjarige 2],
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk is bij beschikking van 21 december 2011 een kinderbijdrage vastgesteld van €159,21 per kind per maand. De man verzocht wijziging van deze bijdrage vanwege inkomensdaling na ontslag in 2014 en aflossing van huwelijkse schuld, terwijl de vrouw kindgebonden budget ontvangt.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden en dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek. De behoefte van de kinderen wordt vastgesteld op €383 per maand voor twee kinderen, inclusief school- en hobbykosten. Het inkomen van de man over 2016 wordt berekend op €26.558 netto per jaar, inclusief WW-uitkering tot oktober 2016. De vrouw heeft een netto jaarinkomen van €24.720. De zorgkorting van de man bedraagt 25%.
De rechtbank houdt geen rekening met een door de man opgevoerde schuld wegens onvoldoende onderbouwing. De draagkracht van de man leidt tot een kinderbijdrage van €56,50 per kind per maand. De wijziging gaat in per 22 februari 2016. Eventuele meerbetalingen door de man worden niet teruggevorderd van de vrouw. Het verzoek tot verdere wijziging wordt afgewezen.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt verlaagd naar €56,50 per kind per maand vanaf 22 februari 2016 wegens inkomensdaling van de man.