De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die werd verdacht van een reeks zware mishandelingen van begeleiders in een instelling voor verstandelijk gehandicaptenzorg. Verdachte leed aan chronische schizofrenie van het gedesorganiseerde type met ernstig cognitief verval, waardoor hij op een zwakzinnig niveau functioneert. De verdediging verzocht om schorsing van de vervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte de strafrechtelijke beschuldigingen begrijpt en dat schorsing niet gerechtvaardigd was.
De rechtbank achtte meerdere mishandelingen bewezen, waaronder poging zware mishandeling en zware mishandeling met blijvend letsel. De verdediging voerde verweren aan tegen de bewezenverklaring, maar deze werden verworpen op basis van medische rapporten en getuigenverklaringen. De rechtbank concludeerde dat verdachte door zijn ernstige psychiatrische stoornis niet strafbaar is en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging.
Gezien het hoge risico op hernieuwd acuut geweld en de ernst van de aandoening, legde de rechtbank een tbs-maatregel met dwangverpleging op. De rechtbank wees een schadevordering van een slachtoffer af wegens onvoldoende onderbouwing. De uitspraak werd gewezen door een meervoudige strafkamer op 13 oktober 2016.