De rechtbank Amsterdam heeft op 16 november 2016 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd verdacht van meerdere bedrijfsinbraken in de regio.
De tenlastelegging betrof onder meer diefstal en pogingen tot diefstal bij diverse bedrijven in Amsterdam, Maasdijk en Wateringen, waarbij verdachte en mededaders zich toegang verschaften door middel van braak, verbreking en het gebruik van valse sleutels. De rechtbank oordeelde dat voor enkele feiten onvoldoende bewijs was, met name voor de diefstal en poging tot diefstal bij een van de bedrijven en een inbraak waarbij verdachte niet kon worden herkend op camerabeelden.
Voor de overige feiten achtte de rechtbank de herkenningen van verdachte op camerabeelden door verschillende verbalisanten betrouwbaar, mede door hun eerdere kennis van verdachte. Verdachte werd veroordeeld voor meerdere bedrijfsinbraken, waarbij onder andere VVV-bonnen, geldbedragen en een kluis met inhoud waren weggenomen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, rekening houdend met eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten en de ernst van de gepleegde inbraken. De vordering tot schadevergoeding door de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing. Voorwerpen die gebruikt waren bij de inbraken werden verbeurd verklaard, terwijl een inbeslaggenomen telefoon aan verdachte werd teruggegeven.