ECLI:NL:RBAMS:2016:7862
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank inzake weigering beveiligingsmaatregelen en alarmknop
Verzoeker heeft bij de hoofdofficier van justitie verzocht om beveiligingsmaatregelen, waaronder het toekennen van een persoonlijk alarm, vanwege signalen van bedreigingen. De hoofdofficier heeft dit verzoek afgewezen en geweigerd de beslissing te herzien. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft onderzocht of het besluit van de hoofdofficier een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. De rechtbank concludeerde dat het al dan niet nemen van beveiligingsmaatregelen feitelijk handelen betreft zonder rechtsgevolg en dus geen besluit is waartegen bezwaar of beroep openstaat.
Ook de brief van 18 juli 2016 werd niet als een besluit op bezwaar aangemerkt. Hierdoor is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. De rechtbank bepaalt dat de burgerlijke rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.H.A. Knol op 30 november 2016.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en verzoek om voorlopige voorziening en verwijst de zaak naar de burgerlijke rechter.