Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- bestanden die verwijzen naar phishingwebsites,
- bestanden bedoeld om creditcardgegevens in handen te krijgen,
- Havij-bestanden waaruit blijkt dat er acht websites zijn gehackt in de periode tussen 29 april 2016 en 17 mei 2016 en elf websites in de periode tussen 26 mei 2014 en 10 oktober 2014,
- bestanden met in totaal 79.776 e-mailadressen, waarvan 18.038 met ook aanvullende gegevens zoals wachtwoorden, namen en adresgegevens,
- bestanden met in totaal 551 creditcardnummers, waarvan 548 met ook aanvullende gegevens zoals vervaldatum, CVC code en namen,
- programma’s en lijsten die te maken hebben met het hacken van websites,
- programma’s die bedoeld zijn om de locatie op internet te verhullen,
- bestanden met hulpmiddelen voor het plegen van creditcardfraude,
- een loonstrook op naam van [persoon 2] , werkzaam bij [naam hotel]
- diverse softwareprogramma’s gebruiken om zwakke websites op te sporen en hierop in te breken;
- e-mailadressen kopiëren uit de databases van de gehackte websites;
- softwareprogramma Sendblaster gebruiken om phishingmail in bulk naar de bemachtigde e-mailadressen te sturen;
- links naar phishingwebsites in phishingmails waren zodanig ingericht door verdachte om creditcardgegevens van slachtoffers afhandig te maken;
- afhandig gemaakte creditcardgegevens werden op de phishingwebsites opgeslagen en/of automatisch per e-mail verstuurd, op welke wijze verdachte de gephishte creditcardgegevens onder zich kreeg.
- solliciteren bij hotels om daar als receptionist aan het werk te gaan;
- creditcardgegevens van klanten noteren buiten het computersysteem van het betreffende doel om;
- deze gegevens meenemen naar zijn woonadres.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.De inbeslaggenomen voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
12 (twaalf) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.