Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
mr. Van der Hoeven.
2.De feiten
i) een selectiefase, ii) een Voorlopige Offerteaanvraag (Voa) en Voorlopige Offerte, iii) een dialoogfase en iv) een Definitieve Offerteaanvraag (Doa) en Definitieve Offerte.
- waarborging van de bedrijfscontinuïteit;
- één uniforme voorziening voor dezelfde handhavingswerkzaamheden van verschillende organisatieonderdelen;
- efficiënte en eenduidige manier van werken;
- verbetering informatie voorziening ondersteuning voor gebruikers.
- één centraal backoffice systeem dat alle devices ondersteunt;
- een mobiele applicatie suite voor de basistaken handhaving (verbaliseren, waarschuwen en waarnemen);
- een advies over de aan te schaffen devices;
- een koppeling naar het datawarehouse voor de ontsluiting van IGH-gegevens);
- het uitfaseren van de bestaande systemen BRS, Sphynxx en iHandhaving of in staat zijn de migratieactiviteiten te ondersteunen;
- voldoen aan de eisen die de Gemeente stelt aan beveiliging en privacy en het digitaal aanleveren van veel voorkomende overtredingen;
- een goed ingerichte centrale beheer- en gebruikersorganisatie.
€ 1.155.000,00 tot € 1.205.000,00 genoemd, bestaande uit € 30.000,00 aan eenmalige projectkosten, € 100.000,00 tot € 150.000,00 aan investeringskosten om haar product aan de beschikbaarheidseisen van de Gemeente te kunnen laten voldoen en € 1.025.000,00 aan operationele kosten (€ 205.000,00 per jaar x 5).
€ 72.000,00 aan jaarlijkse operationele kosten. De eenmalige investeringskosten heeft Taxa-Meter daarbij op nihil gesteld.
- de gemiddelde aangeboden totaalprijs van alle Aanbieders met betrekking tot deze aanbesteding ligt aanzienlijk hoger (meer dan 100%) dan de door Taxameter aangeboden totaalprijs;
- de totaalprijs die gemeente Amsterdam heeft begroot en vastgelegd heeft in de business case is aanzienlijk hoger (meer dan 100%) dan de door Taxameter aangeboden totaalprijs.
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 360.000,00 in haar Definitieve Offerte ook niet. Anders dan Taxa-Meter betoogt kan niet worden gezegd dat de Gemeente een significante wijziging in haar offerteaanvraag heeft aangebracht. Uit de Voa en Boa volgt dat de doelstellingen en de te leveren diensten en producten hetzelfde zijn gebleven. De Gemeente heeft uitsluitend aan de te leveren mobiele applicatie suite voor de basistaken handhaving haar eis aangescherpt, in die zin dat de aangeboden devices geschikt moeten zijn om in de toekomst een eventuele uitbreiding met andere applicaties voor bijzondere handhavingstaken mogelijk te maken. Deze eventuele nieuwe functionaliteiten komen daarmee niet onder deze aanbesteding te vallen en van een uitbreiding van de opdracht is dan ook geen sprake. Uit de Nota van Inlichtingen volgt ook dat de Gemeente aan de hand van de beantwoording van vragen op dit punt steeds duidelijk heeft gemaakt dat de Doa een eventuele uitbreiding met nieuwe functionaliteiten uitsluit en dat in verband met een eventuele uitbreiding gevraagde prijzen ook niet worden meegenomen in de beoordeling van de prijs. Dit moet voor Taxa-Meter dan ook duidelijk zijn geweest. Verder miskent Taxa-Meter met haar stelling dat zij haar lage inschrijving met toekomstige uitbreidingen hoopt terug te verdienen dat in het geheel nog niet gezegd is dat die uitbreiding er gaat komen en dat deze dan ook bij de winnaar van deze aanbesteding zal worden afgenomen. Bovendien heeft de Gemeente voorshands terecht naar voren gebracht dat een eventuele toekomstige uitbreiding niet zodanig van omvang zal zijn dat zij daarmee haar lage prijs kan goedmaken.
€ 360.000,00 te rechtvaardigen is. Los van de vraag of het juist is wat Taxa-Meter stelt over de in Den Haag geboden prijzen, heeft de Gemeente in dit verband terecht naar voren gebracht dat de aanbesteding in Den Haag niet te vergelijken is met deze aanbesteding. Zo worden de handhavingstaken in Den Haag aangestuurd vanuit één centrale organisatie terwijl het in Amsterdam gaat om zeven verschillende organisatieonderdelen met verschillende werkwijzen en registratiesystemen. Daarnaast ziet de uitvraag van Den Haag uitsluitend op handhavingsthema’s en die van Amsterdam op de drie concrete functionaliteiten handhaving, waarschuwing en waarneming.
816,00