ECLI:NL:RBAMS:2016:8640
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door woning in buitenland
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn bijstandsuitkering per 1 september 2016, omdat hij volgens het college meer vermogen bezit dan toegestaan. Dit vermogen bestaat uit een woning met appartementen in het buitenland, verkregen via erfenis, met een geschatte waarde van €342.000.
Verzoeker stelt dat hij niet over de woning kan beschikken vanwege conflicten met erfgenamen en huurders, waardoor de huuropbrengsten sinds 2003 worden beheerd door een rechtbank in Marokko. Hij heeft de woning niet eerder gemeld uit afwachting van duidelijkheid over de situatie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezit van onroerend goed met een waarde ver boven de vermogensgrens vaststaat en dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft. De onduidelijkheid over de financiële positie van verzoeker en zijn passieve houding leiden tot afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.