ECLI:NL:RBAMS:2016:8957
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter in ondertoezichtstelling zaak
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kinderrechter die betrokken was bij een ondertoezichtstellingszaak van haar minderjarige kinderen. Zij stelde dat de rechter vijandig was en haar gemachtigde hinderde in het voeren van zijn betoog, wat het recht op een eerlijk proces zou schenden.
De rechtbank overwoog dat het stellen van kritische vragen en het bespreken van onaangename situaties inherent is aan de taak van de kinderrechter en niet wijst op vooringenomenheid. De rechter heeft de regie ter zitting gevoerd en het debat beperkt tot relevante punten, wat binnen haar bevoegdheid valt.
Verzoeksters verwijzing naar statistieken en politieke moties over de Raad voor de Kinderbescherming kon niet leiden tot een oordeel over partijdigheid van de rechter. Er waren geen concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigden.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en de ondertoezichtstellingsprocedure voortgezet zoals die was op het moment van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid.