Uitspraak
wonende te [ ],
1.Verloop van de procedure
- een op 14 juni 2016 gedateerd wrakingsverzoek, met bijlagen;
- een brief van verzoekster, gedateerd 24 oktober 2016.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die belast is met haar bestuursrechtelijke procedure, stellende dat deze rechter in eerdere procedures onwettige voorkeuren aan de gemeente zou hebben verleend en daarom niet onpartijdig kan zijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro, waarbij wordt uitgegaan van de onpartijdigheidsvermoeden van de rechter, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor partijdigheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De feiten die verzoekster aanvoert betreffen eerdere rechterlijke uitspraken in andere procedures, welke op zichzelf geen reden vormen om de onpartijdigheid van de rechter in de huidige zaak te betwijfelen. Ook het gebrek aan vertrouwen van verzoekster wordt niet als objectief gerechtvaardigd beoordeeld.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 8:18 lid 5 Awb Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde aanwijzingen voor vooringenomenheid.