ECLI:NL:RBAMS:2016:8963
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een huurzakenprocedure, stellende dat hij onvoldoende gelegenheid had zich voor te bereiden op een pleitnota die ter zitting werd overgelegd en dat de rechter partijdig was door een opmerking over zijn detentie.
De rechtbank nam kennis van het verzoek, de reactie van de rechter en het proces-verbaal van de zitting. De rechter had verzoeker tien minuten schorsing gegeven om de pleitnota te bespreken, wat volgens de rechtbank voldoende was. De pleitnota werd ter zitting overgelegd en betrof een onzelfstandige vordering in reconventie die nauw samenhing met het conventionele verweer.
De rechtbank oordeelde dat een pleitnota die ter zitting wordt overgelegd niet vooraf kan worden voorbereid en dat verzoeker niet in zijn verdediging was geschaad. De opmerking van de rechter over de detentie werd als empathisch bedoeld beoordeeld en leverde geen schijn van partijdigheid op.
Gelet op het ontbreken van feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen, wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bepaalde dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.