Eiseres, moeder van een kind dat vanaf groep 4 op een basisschool stond ingeschreven, maakte bezwaar tegen het besluit van het bevoegd gezag om haar zoon te verwijderen vanwege onveilige situaties veroorzaakt door zijn gedrag. Het samenwerkingsverband passend onderwijs had geadviseerd het kind op speciaal onderwijs te plaatsen.
De rechtbank oordeelde dat het bevoegd gezag de verwijdering in redelijkheid kon besluiten, gezien de problematische gedragingen en het ontbreken van effectieve extra ondersteuning. De rechtbank stelde vast dat mediation niet verplicht was en dat het ondersteuningsprofiel en het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) adequaat waren opgesteld en tijdig aan eiseres bekend waren gemaakt.
Ten aanzien van het verzoek om schadevergoeding stelde de rechtbank vast dat eiseres zelf had gekozen voor inschrijving op een particuliere school en dat er geen causaal verband bestond tussen het verwijderingsbesluit en de door haar gestelde schade. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.