Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud klaagschrift en het standpunt van klager
3.Standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Beoordeling
5.Beslissing
gegronden gelast de teruggave van € 8.877,00 aan klager.
Rechtbank Amsterdam
Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het in beslag genomen bedrag van €8.877,00 dat bij een woningdoorzoeking in verband met een Opiumwet-overtreding was aangetroffen. De zaak tegen klager was geseponeerd, waardoor het Openbaar Ministerie zich niet verzette tegen opheffing van het beslag.
Hoewel DWI en CJIB een gezamenlijke executoriale vordering van €25.000,00 op klager hadden en het in beslag genomen geldbedrag daarmee zou worden verrekend, oordeelde de rechtbank dat dit geen reden was om de teruggave aan klager te weigeren. De rechtbank wees op de wettelijke bepalingen die voorschrijven dat bij gegrondverklaring van het klaagschrift de last tot teruggave aan de beslagene wordt gegeven, ongeacht eventuele verrekeningen met derden.
De rechtbank concludeerde dat het belang van strafvordering niet langer aan het beslag in de weg stond en dat de bewaarder het bedrag aan klager moest teruggeven, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald. De beschikking werd op 25 oktober 2016 in het openbaar uitgesproken door rechter V.V. Essenburg.
Uitkomst: Rechtbank beveelt teruggave van €8.877 aan klager ondanks executoriale vordering van DWI en CJIB.