Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.Inhoud van het verzoekschrift
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.Het oordeel van de rechtbank
5.Beslissing
niet-ontvankelijk.
Rechtbank Amsterdam
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering voor schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming na een nacht detentie. De zaak was geseponeerd omdat verzoeker ten onrechte als verdachte was aangemerkt. Verzoeker maakte aanspraak op immateriële en materiële schadevergoeding.
De rechtbank hoorde de raadsman en de officier van justitie in raadkamer. Verzoeker was rechtsgeldig opgeroepen maar verscheen niet. De raadsman gaf aan dat hij het verzoekschrift had ondertekend, niet verzoeker zelf.
De rechtbank oordeelde dat het verzoekschrift ex artikel 89 Sv Pro persoonlijk door verzoeker moet zijn ondertekend. Jurisprudentie van de Hoge Raad bevestigt dat een gemachtigde dit niet mag doen. Omdat verzoeker niet ondertekende en niet aanwezig was om zijn verzoek te bevestigen, verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoekschrift niet door verzoeker zelf is ondertekend en hij niet is verschenen in raadkamer.