De rechtbank Amsterdam heeft op 10 mei 2016 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van belaging in de periode van 17 april tot en met 23 juni 2015. Verdachte maakte stelselmatig en opzettelijk inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door herhaaldelijk contact te zoeken via e-mails, whatsapp, iMessage, brieven en telefoontjes met bedreigende en dwingende inhoud.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte deze gedragingen heeft gepleegd met het oogmerk het slachtoffer te dwingen iets te doen of te dulden. Uit een Pro Justitia rapportage bleek dat verdachte leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis, waardoor zij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was. Dit verklaarde haar gedrag en maakte dat zij in verminderde mate kon worden toegerekend.
De officier van justitie vorderde een geheel voorwaardelijke taakstraf met bijzondere voorwaarden, waaronder een behandelverplichting. De rechtbank legde echter een geldboete van €1.500,- op, met een proeftijd van twee jaar en een behandelverplichting voor de borderline stoornis. De rechtbank vond een klinische opname niet noodzakelijk gezien het ziekte-inzicht en de stabilisatie van verdachte zonder behandeling.
De straf is opgelegd met bijzondere voorwaarden waaronder meldplicht bij de reclassering en behandeling, en de mogelijkheid tot hechtenis bij niet-betaling van de boete. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en verklaarde het bewezen geachte strafbaar.