ECLI:NL:RBAMS:2016:9934
Rechtbank Amsterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet wegens ongepast gedrag niet kwalificeerbaar als seksuele intimidatie
Een werknemer van ABN AMRO werd op staande voet ontslagen wegens ongepast gedrag tijdens een borrel op 11 december 2015, waarbij hij onder invloed van alcohol collega’s ongewenst aanraakte. De werknemer betwistte het ontslag en verzocht om vernietiging en loonbetaling.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag op formele gronden niet faalt, maar inhoudelijk onvoldoende was onderbouwd als dringende reden. Het gedrag vond plaats in privétijd in een druk café, was zichtbaar voor meerdere collega’s en werd niet als seksuele intimidatie in de zin van de wet gekwalificeerd. De werknemer had geen formele waarschuwing gekregen, maar had als leidinggevende wel moeten begrijpen dat dergelijk gedrag onacceptabel was.
De rechtbank vernietigde het ontslag en veroordeelde ABN tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente. De vordering tot terugkeer in functie werd afgewezen vanwege het verloren respect van collega’s. De terugbetaling van opleidingskosten werd eveneens afgewezen. Proceskosten werden aan ABN opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en ABN wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon met wettelijke verhoging en rente.