De rechtbank Amsterdam heeft op 28 december 2017 een verkort vonnis gewezen tegen verdachte wegens stalking van zijn ex-partner in de periode van juni tot oktober 2016. Verdachte maakte zich schuldig aan herhaaldelijk bellen, het sturen van bedreigende SMS-, WhatsApp- en Facebook-berichten, het opwachten en bezoeken van de woning van de benadeelde, en het sturen van foto's van haar woning.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde had geschonden met het oogmerk haar te dwingen en vrees aan te jagen. De bewijsvoering bestond uit aangiften, schermafbeeldingen van berichten en een grotendeels bekennende verklaring van verdachte.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 180 dagen gevorderd, waarvan 105 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. De rechtbank legde echter een gevangenisstraf van tien weken op, gelijk aan de duur van het voorarrest, mede vanwege een Pro Justitia rapportage die verminderde toerekeningsvatbaarheid constateerde en het feit dat verdachte al onder streng toezicht stond.
De immateriële schadevergoeding van €750 werd toegewezen, terwijl de materiële schadevordering werd afgewezen wegens gebrek aan direct verband met de bewezen feiten. Daarnaast werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd en werden eerdere vorderingen tot tenuitvoerlegging afgewezen. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters in aanwezigheid van de griffier.