Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 september 2017 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser had op basis van de bescheidenschaalregeling toestemming om bedrijfs- of beroepsmatige werkzaamheden te verrichten met een maximuminkomen van €188 per maand naast de bijstand. In december 2014 verdiende eiser echter zoveel dat de bijstandsnorm over het gehele jaar werd overschreden. Verweerder heeft daarom de bijstand over 2014 teruggevorderd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat hij alleen in december hoge inkomsten had en dat een terugvordering over slechts die maand meer op zijn plaats was. Ook stelde hij dat hij tijdig had verzocht om beëindiging van de bijstand, maar dit pas later was verwerkt. De rechtbank oordeelde dat op grond van de Participatiewet en het gemeentelijke beleid de bijstand op jaarbasis wordt vastgesteld en dat de overschrijding van de norm over het hele jaar leidt tot terugvordering van de gehele bijstand.
De rechtbank vond geen reden om van het beleid af te wijken en concludeerde dat verweerder terecht de bijstand over de periode van juni tot en met december 2014 heeft teruggevorderd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de bijstand over 2014 wordt ongegrond verklaard.