ECLI:NL:RBAMS:2017:10404
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in voorlopige hechteniszaak wegens gebrek aan onpartijdigheid
Verzoekers deden een wrakingsverzoek tegen twee rechters die betrokken waren bij de beslissing tot afwijzing van hun verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Zij voerden aan dat de motivering van die beslissing onvoldoende was en dat de rechters impliciet al een oordeel hadden gevormd, waardoor de schijn van vooringenomenheid ontstond.
De rechtbank nam kennis van de uitgebreide stukken, waaronder verklaringen van getuigen die verzoekers ontlastten, en de eerdere uitvoerige motiveringen van de rechters. De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de motivering summier was, dit geen aanleiding gaf tot de vrees van partijdigheid. De beslissing betrof een procesbeslissing over ernstige bezwaren en niet over de bewijswaardering.
De rechters legden uit dat hun beslissing voortbouwde op eerdere uitvoerige beslissingen en dat een volledige beoordeling pas bij de inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden. De officier van justitie steunde deze visie. De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.