ECLI:NL:RBAMS:2017:10697

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 december 2017
Publicatiedatum
14 juni 2023
Zaaknummer
C/13/637921 / HA ZA 17-1132
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 706 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wettelijke handelsrente en veroordeling tot betaling hoofdsom en kosten

Eiseres, Swishfund Nederland B.V., vordert betaling van een hoofdsom vermeerderd met wettelijke handelsrente van gedaagden, bestaande uit meerdere besloten vennootschappen en natuurlijke personen. Gedaagden zijn niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat niet is gesteld of gebleken dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van art. 6:119a BW, waardoor de gevorderde wettelijke handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro toegewezen.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, buitengerechtelijke kosten, beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en kosten, terwijl de gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/637921 / HA ZA 17-1132
Vonnis van 27 december 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SWISHFUND NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Naarden,
eiseres,
advocaat mr. A.M. van Heest te Rotterdam,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLEOFA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de vennootschap onder firma
KENAN SERVICES,
gevestigd te Amsterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CLEOFA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4.
[gedaagde 4],
wonende te Amsterdam,
5.
[gedaagde 5],
wonende te Amsterdam,
6.
[gedaagde 6],
wonende te [woonplaats] (gemeente Zaandstad),
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding, met producties,
  • het herstelexploot van 13 september 2017,
  • het tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eiseres vordert betaling van de hoofdsom onder 1. vermeerderd met wettelijke handelsrente. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van art. 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro worden toegewezen.
2.2.
Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
2.3.
Eiseres vordert gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 9.100,82 voor verschotten (inclusief € 618,00 griffierecht beslagrekest) en € 2.580,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.580,00).
2.4.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 113,18
- griffierecht 3.276,00
- salaris advocaat
2.580,00(1,0 punt × tarief € 2.580,00)
Totaal € 5.969,18

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt gedaagden sub 1, 2 en 3 hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 214.230,48 (tweehonderdveertienduizendtweehonderddertig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 5 juli 2017 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagden sub 4, 5 en 6 hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen een bedrag van € 214.230,48 (tweehonderdveertienduizendtweehonderddertig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 20 juli 2017 tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt gedaagden sub 1, 2 en 3 hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres te betalen de buitengerechtelijke kosten van € 3.443,84,
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 11.680,82,
3.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.969,18,
3.6.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00
aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2017. [1]

Voetnoten

1.type: AAK