ECLI:NL:RBAMS:2017:14
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging alimentatietermijn na twaalf jaar
Partijen zijn in 1972 gehuwd en in 2003 gescheiden waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. De alimentatie werd door het hof vastgesteld op €1.500 per maand en later geïndexeerd tot €1.739,95. De alimentatieplicht eindigde op 15 maart 2016 na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaar.
De vrouw verzocht de rechtbank om verlenging van de alimentatietermijn tot 21 mei 2017, de datum waarop de man AOW ontvangt en het pensioen over de huwelijkse jaren ingaat. Zij stelde dat haar inkomen onvoldoende is om in haar levensonderhoud te voorzien en dat het onredelijk is van haar te verlangen te interen op haar vermogen.
De man verweerde zich met het standpunt dat de vrouw een substantieel vrij besteedbaar vermogen heeft en dat de wetswijziging omtrent de pensioengerechtigde leeftijd voor iedereen geldt. De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond die een verlenging van de termijn rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de wettelijke termijn van twaalf jaar gehandhaafd blijft en wees het verzoek van de vrouw af. De beschikking is uitgesproken door rechter H.C. Hoogeveen op 11 januari 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de alimentatietermijn wordt afgewezen en de alimentatieplicht eindigt op 15 maart 2016.