ECLI:NL:RBAMS:2017:1529
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing uitleveringsdetentie en restitutie borgsom na voorlopig verbod uitlevering
De zaak betreft een verzoek tot opheffing van de uitleveringsdetentie en restitutie van de borgsom van een persoon die wordt uitgezet naar de Verenigde Staten. De verzoeker baseert zijn verzoek op het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 december 2016, waarin de uitlevering werd verboden en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hij stelt dat de uitleveringsprocedure daarmee is beëindigd en dat de detentie, die slechts dient ter verzekering van uitlevering, moet worden beëindigd.
De officier van justitie verzet zich tegen het verzoek omdat tegen het arrest nog beroep in cassatie openstaat en de Minister van Veiligheid en Justitie overleg voert met de Amerikaanse autoriteiten over aanvullende garanties. Tevens is aangegeven dat de verzoeker meerdere schorsingsvoorwaarden heeft overtreden, waaronder het niet naleven van de meldplicht, waardoor de borgsom aan de Staat is vervallen.
De rechtbank oordeelt dat het arrest van het Gerechtshof nog niet onherroepelijk is en dat de uitleveringsprocedure nog niet is afgerond. Er is geen rechterlijk oordeel dat de detentie onrechtmatig is en de schorsingsvoorwaarden zijn niet nageleefd. De detentie blijft daarom geschorst en het verzoek tot opheffing en restitutie van de borgsom wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de uitleveringsdetentie en restitutie van de borgsom wordt afgewezen omdat de uitleveringsprocedure nog niet onherroepelijk is beëindigd.