Veroordeelde is op 17 maart 2016 door de meervoudige strafkamer veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, met een vervangende hechtenis van 60 dagen als sanctie bij niet-naleving. Het Openbaar Ministerie gaf op 11 november 2016 bevel tot tenuitvoerlegging van deze vervangende hechtenis, nadat veroordeelde de taakstraf niet was aangevangen.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen dit bevel, stellende dat hij recent vader is geworden, kampt met forse schulden en binnen drie weken zijn huurwoning moet verlaten zonder alternatieve woonruimte. Hij verzocht om alsnog de taakstraf te mogen uitvoeren in plaats van detentie.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het niet-aanvangen van de taakstraf, de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde zodanig nijpend zijn dat detentie de situatie zou verergeren. Daarom wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard en krijgt veroordeelde een termijn van twaalf maanden om de taakstraf alsnog te voltooien, waarbij de reclassering het moment van uitvoering bepaalt.
De rechtbank benadrukt dat veroordeelde zich actief moet inspannen om de taakstraf te voltooien en dat bij niet-naleving de vervangende hechtenis alsnog zal worden toegepast. Het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis wordt ongedaan gemaakt.