Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beschikking van de kantonrechter
de besloten vennootschap PGB Pensioendiensten
[verweerder]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
In het kort geding is vonnis bepaald op heden. De gedingstukken uit beide procedures worden ook geacht te zijn overgelegd in de beide procedures.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Uitgangspunten
Resultaat afspraak 2
Verzoek
Verweer
Beoordeling
“Onder een redelijke grond voor ontslag wordt tevens verstaan (…) een verstoorde arbeidsverhouding die zodanig is dat het in stand laten van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. (…) Meer in het bijzonder wordt met betrekking tot een verstoorde arbeidsverhouding nog het volgende opgemerkt. In het Ontslagbesluit gelden als criteria voor het verlenen van toestemming voor ontslag dat de verstoring ernstig en duurzaam moet zijn. Beide criteria gelden in beginsel nog steeds en komen tot uitdrukking in de formulering «zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren». In beginsel, omdat ook bij een minder duurzaam verstoorde arbeidsverhouding de arbeidsovereenkomst opgezegd moet kunnen worden als de ernst daarvan zodanig is dat voorzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd.”(zie Kamerstukken II 2013/2014, 33 818 nr 3 p. 45-46). Hoewel de kantonrechter niet verplicht is deze beleidsregels toe te passen, wordt er in elk geval in de Memorie van antwoord (zie Kamerstukken I 2013/2014 33818 C p. 56-57) wel een zekere reflexwerking aan toegedicht.
BESLISSING
1 mei 2017;
€ 10.000,00 bruto;