ECLI:NL:RBAMS:2017:162
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Verzoeker is op 20 november 2015 aangehouden met een ademalcoholgehalte van 1,461 promille, wat leidde tot een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid door een arts en psychiater. De psychiater concludeerde dat er voldoende aanwijzingen zijn voor alcoholmisbruik in ruime zin, onder meer vanwege een verhoogde alcoholtolerantie en discrepanties in het opgegeven alcoholgebruik.
Verweerder heeft het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard op grond van artikel 134 Wegenverkeerswet Pro 1994 en de Regeling eisen geschiktheid 2000, omdat alcoholmisbruik een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid. Verzoeker betwist de diagnose en stelt dat het promillage onvoldoende is om alcoholmisbruik aan te nemen, en dat hij geen verhoogde tolerantie heeft opgebouwd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het rapport van de psychiater geen gebreken vertoont en voldoende concludent is. Het feit dat verzoeker een afstand van 10 km kon rijden na het drinken van negen glazen alcohol wijst op verhoogde tolerantie. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt afgewezen.