Op 9 oktober 2016 loste verdachte twee schoten in een parkeergarage aan de Lange Leidsedwarsstraat te Amsterdam. Eén kogel sloeg in een ruit op lichaamshoogte aan de overzijde van de straat, waarbij de rechtbank oordeelde dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat een voorbijganger fataal geraakt had kunnen worden. Verdachte verklaarde gericht op een bord te hebben geschoten en geen opzet te hebben gehad op het raken van personen.
De rechtbank nam diverse bewijsmiddelen in aanmerking, waaronder camerabeelden, verklaringen van getuigen, en sporenonderzoek. De verdediging voerde aan dat sprake was van afwezigheid van opzet en dat het wapen een omgebouwd alarmpistool betrof. De rechtbank verwierp deze verweren en verklaarde de poging tot doodslag en verboden wapenbezit bewezen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de bedreiging ten laste gelegd, omdat onvoldoende bewijs daarvoor was. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de zwakbegaafdheid van verdachte en het reclasseringsadvies. Verdachte werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf gelast.