Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verdachte]
Procesgang
De inhoud van het bezwaarschrift
De beschikking van de rechter-commissaris
Het standpunt van de verdediging
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De beoordeling
- op grond van welke feiten en omstandigheden heeft u als vertegenwoordiger van de Belastingdienst besloten [verdachte] de brief te sturen van 7 november 2013 waarin een (bestuurlijke) vergrijpboete werd aangekondigd, en waarom heeft u deze aankondiging op 14 november 2013 ingetrokken;
- met wie heeft u gecommuniceerd over het schrijven van deze brief en wat hield deze communicatie in;
- met wie heeft u gecommuniceerd over het intrekken van deze brief en wat hield deze communicatie in;
- is er voorafgaand aan het intrekken van de brief op 14 november 2013 overleg of een andere vorm van communicatie geweest over deze zaak met een officier van justitie of een andere medewerker van het openbaar ministerie;
- zo ja, wat hield dat overleg of die communicatie in;
- op welke datum of - indien dit meer dan eenmaal is geschied - op welke data is de zaak aangemeld bij de boetefraudecoördinator;
- kunt u uitleg geven over de status van [verdachte] ten tijde van het eindgesprek boekenonderzoek op 11 maart 2014 en hoe hiermee door u is omgegaan.