ECLI:NL:RBAMS:2017:1908
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oproeping getuigen wegens ontbreken onderzoekswensen
In deze strafzaak heeft de verdediging formeel verzocht om vijftien getuigen op te roepen voor een inhoudelijke zitting. De rechtbank legt uit dat in complexe zaken eerst contact wordt gezocht over onderzoekswensen, waarna pas een inhoudelijke zitting wordt gepland.
De verdediging had toegezegd onderzoekswensen binnen vier weken na maart 2016 kenbaar te maken, maar heeft dit niet gedaan ondanks herhaalde verzoeken en een laatste termijn in juni 2016. Daarna is in overleg met de verdediging een datum voor de inhoudelijke behandeling vastgesteld op 17 maart 2017.
De rechtbank stelt dat het moment om onderzoekswensen in te dienen is verstreken en dat verzoeken die kort voor de zitting worden gedaan niet meer aan het verdedigingsbelang worden getoetst, maar aan het noodzakelijkheidscriterium. Gezien de omstandigheden acht de rechtbank het horen van de gevraagde getuigen niet noodzakelijk voor een volledig onderzoek en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot het horen van vijftien getuigen wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijkheid en het niet tijdig indienen van onderzoekswensen.