Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- het vastpakken van die [naam slachtoffer 6] en van de fiets trekken van die [naam slachtoffer 6] en
- het meermalen met kracht slaan en stompen tegen het hoofd en lichaam van die [naam slachtoffer 6] , ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer 6] ten val is gekomen en
- het schoppen en trappen tegen die [naam slachtoffer 6] , terwijl die [naam slachtoffer 6] op de grond lag;
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid van de feiten
zaak F onder 1op het standpunt gesteld dat verdachte een beroep op noodweer toekomt. Hij heeft medeverdachte [naam medeverdachte 2] willen ontzetten van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door de aangever. Verdachte ging ervan uit dat de aangever een mes had, een veronderstelling die wordt ondersteund door de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte 2] dat de aangever heeft geroepen te steken, aldus de raadsman.
7.De strafbaarheid van verdachte
zaak F onder 1een beroep gedaan op putatief noodweer. De raadsman heeft gesteld dat in geval de rechtbank niet aanneemt dat de aangever daadwerkelijk over een mes beschikte, verdachte zich mocht verdedigen zoals hij heeft gedaan omdat hij verontschuldigbaar het dreigende gevaar heeft ingebeeld, nu geroepen is dat er gestoken zou gaan worden.
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
24 (vierentwintig) maanden.
12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.