Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M. van Kampen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.L. van Gaalen, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
De telefoon van [naam] maakt op dat moment gebruik van een cell-ID welke gelegen is in de omgeving van waar de Suzuki op dat moment rijdt. [11]
Om 21:04 vertrekt de Suzuki uit Heemskerk. Vanaf 22:05 uur rijdt de Suzuki wederom richting Heemskerk. Om 22:32 uur staat de Suzuki even stil op het parkeerterrein van [naam voetbalvereniging] en rijdt heen en weer langs [naam voetbalvereniging] . De telefoon van [medeverdachte] maakt om 22:40 uur gebruik van een
cell-ID welke is gelegen in de directe omgeving van [naam voetbalvereniging] . Omstreeks 22:40 uur vertrekt de Suzuki weer uit Heemskerk en rijdt naar de woning van [medeverdachte] . De telefoon van [medeverdachte] volgt de bewegingen van de Suzuki. Op camerabeelden is vervolgens te zien dat [medeverdachte] omstreeks 22:56 uur terug komt bij zijn woning. [12]
Uit de plaatsbepalingsapparatuur in de Suzuki blijkt dat de Suzuki richting Amsterdam rijdt. Op camerabeelden van een benzinestation is te zien dat [medeverdachte] omstreeks 18:33 uur afrekent.
De Suzuki is ook op de camerabeelden te zien. De telefoon van [medeverdachte] beweegt met de Suzuki mee. Omstreeks 18:38 uur stopt de Suzuki direct achter het woonadres van [naam 2] (hierna: [naam 2] ) en staat daar tien minuten stil. De Suzuki rijdt vervolgens naar Heemskerk en komt daar om 19 :23 uur aan. De Suzuki staat vervolgens voornamelijk stil op het parkeerterrein van [naam zorginstelling] , het verzorgingstehuis tegenover [naam voetbalvereniging] . De Suzuki rijdt in deze periode ook een ronde door de buurt.
Door de leden van het observatieteam wordt gezien dat [medeverdachte] omstreeks 17:50 uur als bestuurder in een Suzuki rijdt met kentekennummer [kenteken] . Omstreeks 17:52 uur stapt een man bij [medeverdachte] in de auto. Deze man blijkt later bij de aanhouding [verdachte] te zijn.
13 september 2016 tot en met 6 oktober 2016, ter uitvoering van een gezamenlijk plan, meermalen en in wisselende samenstelling, op en in de omgeving van het parkeerterrein van [naam voetbalvereniging] hebben begeven. Uit de gereden routes alsmede de inhoud van de OVC-gesprekken kan worden afgeleid dat zij daarbij de omgeving aan het verkennen waren en op zoek waren naar mogelijke vluchtroutes. Hoewel verdachten daartoe diverse malen zijn uitgenodigd, hebben zij niet willen verklaren over de reden van hun aanwezigheid op en in de omgeving van [naam voetbalvereniging] . Nu ook overigens niet is gebleken dat hun aanwezigheid daar een legitieme reden had, dient naar het oordeel van de rechtbank op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden te worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van verdachten in de periode van 20 september 2016 tot en met 6 oktober 2016 op en in de omgeving van het parkeerterrein van [naam voetbalvereniging] niet door andere dan criminele motieven kan worden verklaard.
24 september 2016 op de [straat] aangetroffen en inbeslaggenomen BMW met daarin petflessen met benzine, in het kader van de voorbereiding van de liquidatieplannen van verdachten in de directe omgeving van [naam voetbalvereniging] is neergezet. Niet alleen is gebleken dat [verdachte] en [naam] op 20 september 2016 in de [straat] zijn geweest maar ook is de autosleutel van de BMW op 4 november 2016 in de Toyota aangetroffen waar [naam] en [naam 2] voorafgaand aan hun aanhouding in reden. Dit betreft tevens de Toyota waar [verdachte] op 20 september 2016 blijkens observaties in heeft gezeten en die op dat moment bij en in de nabije omgeving van [naam voetbalvereniging] was. Uit een OVC-gesprek blijkt bovendien dat [naam] en [medeverdachte] op 26 september 2016 - zijnde twee dagen nadat de BMW in beslag is genomen – met elkaar bespreken dat ‘die waggie weg is’. Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de BMW had moeten dienen als vluchtauto. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij liquidaties vaak gebruik wordt gemaakt van een gestolen auto met valse kentekenplaten, die na de vlucht, in brand wordt gestoken. Gelet op de nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte] , [naam] en [naam 2] , in de voorbereiding van het begaan van een moord, is naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate komen vast te staan dat zij de BMW met daarin petflessen met benzine tot 24 september 2016 om 14:00 uur voorhanden hebben gehad.
5.Bewezenverklaring
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstrafvan
7 (zeven) jaren.