Uitspraak
1.Het verloop van de procedure:
- Het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 mei 2016;
- Het F-9 formulier met bijlagen d.d. 8 juli 2017 van de zijde van de vrouw;
- Het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 12 september 2016;
- Het formulier “Verdelen en verrekenen” d.d. 10 oktober 2016 van de zijde van de vrouw;
- De akte reactie voorstel verrekenen en verdelen met bijlagen, waaronder het formulier “Verdelen en verrekenen”, ingekomen op 18 april 2016 van de zijde van de man;’
- Het aanvullend verzoek met bijlagen van de zijde van de vrouw, ingekomen ter griffie op 4 april 2017;
- Het F-9 formulier met bijlagen d.d. 12 april 2017 van de zijde van de man;
- Het F-9 formulier met bijlagen d.d. 13 april 2017 van de zijde van de man.
2.De feiten
- [kind 1] , geboren te [plaats] op [datum 1] ;
- [kind 2] , geboren te [plaats] op [datum 1]
3.Het verzoek
- tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
- te bepalen dat de inhoud van het ouderschapsplan in de beschikking zal zijn opgenomen;
- een zorgregeling vast te stellen;
- de wijze van verrekening op basis van de huwelijkse voorwaarden alsmede de verdeling van de eenvoudige gemeenschappen aldus vast te stellen dat:
- de woning aan hem wordt toegedeeld, onder de verplichting om aan de vrouw te vergoeden de helft van het verschil tussen de huidige marktwaarde ad € 395.000,- en het bij aankoop geïnvesteerde bedrag ad € 361.292,42,-;
- de auto met kenteken [kenteken 1] aan een van partijen toe te delen onder de verplichting om de helft van de waarde aan de ander te vergoeden;
- de auto met kenteken [kenteken 2] aan hem toe te delen onder de verplichting om de helft van de waarde aan de vrouw te vergoeden;
- de saldi van de bankrekeningen van partijen op de peildatum in de verrekening te betrekken.
4.De beoordeling
- de woning is aangekocht binnen twee jaar na het maken van de huwelijkse voorwaarden, waarbij verrekening van vermogen dat krachtens erfopvolging is verkregen is uitgesloten;
- de vrouw had destijds een hoger inkomen dan de man;
- tijdens het huwelijk zijn ten behoeve van de kosten van de huishouding niet alleen de inkomens van partijen verteerd, maar ook vermogen op naam van de man;
- de man heeft onweersproken gesteld dat de vrouw haar aandeel in de woning middels een hypothecaire geldlening had kunnen financieren.