Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 augustus 2016, met producties
- de conclusie van antwoord, tevens houdende conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis van 26 oktober 2016, waarbij een comparitie is bepaald;
- het proces-verbaal van comparitie van 21 februari 2017 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten in conventie en in reconventie
Wellicht hoeft u niet per 30 juni 2012 van het terrein af. We kunnen een latere einddatum opnemen. (..) U zult op termijn van het terrein af moeten.Wanneer onze plannen, en die van Rijkswaterstaat, vorm krijgen willen wij kunnen beschikken over onze grond. (..) Wij zullen met de heer [naam 1] overleggen (..)Ik wijs u er wel nogmaals op dat de heer [naam 1] geen enkele rechten op het terrein heeft.”