ECLI:NL:RBAMS:2017:3326
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijkse schulden en zorgregeling na echtscheiding met beperkte draagkracht
De rechtbank Amsterdam heeft op 24 mei 2017 uitspraak gedaan in een civiele zaak betreffende nevenvoorzieningen na echtscheiding tussen partijen. De rechtbank bevestigde de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen in 2017 conform een rooster bij de man verblijven, met uitbreiding van de weekendregeling indien mogelijk.
De rechtbank beoordeelde de draagkracht van partijen voor kinderalimentatie. Gezien het lage inkomen van de vrouw en de aanzienlijke aflossingslasten van de man, werd vastgesteld dat beide geen draagkracht hebben om bij te dragen aan de kosten van de kinderen. De man is bereid een minimale bijdrage van €25 per kind per maand te betalen, hetgeen door de rechtbank werd toegewezen. Een toekomstige bijdrage na aflossing van schulden blijft open voor heroverweging.
Het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van behoefte en het ontbreken van draagkracht bij de man. De rechtbank stelde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast, waarbij de activa gelijkelijk werden verdeeld en de schulden in beginsel gelijkelijk door partijen gedragen dienen te worden. Afwijking van deze gelijke draagplicht werd niet gerechtvaardigd geacht vanwege het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast, wijst partneralimentatie af en bepaalt een minimale kinderalimentatie van €25 per kind per maand met gelijke draagplicht voor huwelijkse schulden.