Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Het bewijs en bewijsoverwegingen
Ook echter als de rechtbank de lezing van [medeverdachte] zou volgen, dat zij slechts door verdachte is voorgelogen, en dat de inconsistenties en onwaarheden in haar uitlatingen tegenover Christie’s toevallig en van geen belang zouden zijn, zou de rechtbank tot bewezenverklaring komen. [medeverdachte] zou in dat geval blijkens haar meest recente verklaring het verhaal over de herkomst alleen van verdachte hebben gehoord en niet hebben doorgevraagd bij hem naar de herkomst van het beeld, terwijl er niets was (aan papieren met betrekking tot de herkomst, foto’s van vroeger etcetera) dat het verhaal dat verdachte haar op de mouw zou hebben gespeld, ondersteunde. Evenmin zou ze het verhaal van verdachte over de herkomst van het beeld dan bij anderen (in het bijzonder de moeder van verdachte) hebben geverifieerd, terwijl dat – nu het ging om een bijzonder object van zeer grote waarde – zeker op haar weg had gelegen. [medeverdachte] wist dat het ging om een Romeins beeld en had zich verdiept in de prijzen die dergelijke beelden op veilingen opbrachten.
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
12 maanden.
6 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 jarenvast.