Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Het bewijs en bewijsoverwegingen
Ook echter als de rechtbank de lezing van verdachte zou volgen, dat zij slechts door [medeverdachte] is voorgelogen, en dat de inconsistenties en onwaarheden in haar uitlatingen tegenover Christie’s toevallig en van geen belang zouden zijn, zou de rechtbank tot bewezenverklaring komen. Verdachte zou in dat geval blijkens haar meest recente verklaring het verhaal over de herkomst alleen van [medeverdachte] hebben gehoord en niet hebben doorgevraagd bij [medeverdachte] naar de herkomst van het beeld, terwijl er niets was (aan papieren met betrekking tot de herkomst, foto’s van vroeger etcetera) dat het verhaal dat [medeverdachte] haar op de mouw zou hebben gespeld ondersteunde. Evenmin zou ze het verhaal van [medeverdachte] over de herkomst van het beeld dan bij anderen (in het bijzonder de moeder van [medeverdachte] ) hebben geverifieerd, terwijl dat – nu het ging om een bijzonder object van zeer grote waarde – zeker op haar weg had gelegen. Verdachte wist dat het ging om een Romeins beeld en had zich verdiept in de prijzen die dergelijke beelden op veilingen opbrachten.
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
- het ontbreken van (relevante) documentatie bij verdachte;
- de ouderdom van het feit (twee jaar geleden dat verdachte werd aangehouden);
- de omstandigheid dat verdachte een tijdelijk arbeidscontract heeft met zicht op vaste aanstelling;
- de omstandigheid dat verdachte een netto inkomen heeft van naar schatting € 1.000, -/€ 1.100, - per maand;
- de omstandigheid dat verdachte kostwinner is en de zorg heeft voor haar thuiswondende zoon van twaalf jaar, die binnenkort speciaal voortgezet onderwijs in Schagen gaat volgen;
- de omstandigheid dat verdachte met haar twee zussen zorgt voor haar moeder die verblijft in een verzorgingshuis in Bergen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
8 maanden.
6 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 jarenvast.
240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
120 dagen.
- een formulier (voorwerp 1 op de beslaglijst);
- documenten (voorwerp 5 op de beslaglijst).
- een stuk papier (voorwerp 2 op de beslaglijst);
- kopie paspoort van [verdachte] (voorwerp 3 op de beslaglijst);
- (kopie van) bankpas (voorwerp 4 op de beslaglijst.