ECLI:NL:RBAMS:2017:3729
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering na sluiting winkel wegens verdenking heling
Netterdam Beheer B.V. heeft de huurovereenkomst met [gedaagde] ontbonden na sluiting van diens winkel door burgemeester en wethouders van Amsterdam wegens verdenking van heling. De huurder exploiteerde een souvenirwinkel in het gehuurde pand. De sluiting was gebaseerd op een besluit dat stelde dat in het pand gestolen goederen aanwezig waren en dat de huurder een actieve rol had in de verkoop daarvan.
Netterdam vorderde ontruiming van het gehuurde en betaling van schadevergoeding. [gedaagde] betwistte de verdenking en stelde dat de belangen van hem en zijn gezin zwaar wegen, mede gezien zijn langdurige exploitatie en het feit dat hij nog huur betaalde. Ook voerde hij aan dat de sluiting het gevolg is van het bestuursbesluit en niet van eigen schuld.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de huurovereenkomst op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro ontbonden kan worden bij sluiting op grond van de Gemeentewet, de belangenafweging in dit geval de vordering tot ontruiming niet rechtvaardigt. De schade en waardevermindering voor Netterdam waren onvoldoende aannemelijk gemaakt, terwijl de gevolgen voor de huurder en zijn gezin zeer groot zijn. Ook is onzeker of het bestuursbesluit definitief blijft en of er strafrechtelijke vervolging volgt.
Daarom werd de ontruimingsvordering afgewezen en werd Netterdam veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak betreft een voorlopig oordeel in kort geding, waarbij de bodemprocedure nog moet uitwijzen of de ontbinding terecht is.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de winkel wordt afgewezen vanwege de belangenafweging en onzekerheden over het bestuursbesluit.