Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verzoekster 1],
Procesverloop
Overwegingen
- In januari 2016 heeft (een lid van) de PMA/cliëntenraad op Facebook een bericht geplaatst dat volgens het college aanzette tot overtreding van de Participatiewet.
- Op 8 juni 2016 heeft het college een anonieme brief en een brief van het sociaal steunpunt ontvangen over problemen binnen de PMA/cliëntenraad.
- Op 23 juni 2016 heeft een gesprek tussen voorzitter en secretaris van de PMA/cliëntenraad en de hoofden van de afdelingen Werk&Inkomen en Sociale Voorziening plaatsgevonden over de samenwerking en wijze waarop de gemeente de dienstverlening van de PMA/cliëntenraad ervaart. Op 11 augustus 2016 heeft de secretaris van de PMA/cliëntenraad per mail laten weten dat de PMA/cliëntenraad zich niet herkent in het gespreksverslag.
- Op 26 juni 2016 de PMA/cliëntenraad heeft aangeboden om de interne problemen aan te pakken door begeleiding van een onafhankelijke derde en de kosten daarvan te dragen. Dit aanbod hebben verzoeksters echter op 1 augustus 2016 van de hand gewezen,
- Op 17 augustus 2016 heeft een medewerker Participatie een mail van een lid van de PMA/cliëntenraad ontvangen over de problemen binnen de PMA/cliëntenraad.
- Op 18 augustus 2016 heeft de interim-voorzitter van de PMA/cliëntenraad de teamleider van het Sociaal Team geïnformeerd over de plaatsing van een doodshoofd op de PMA-website. Dit doodshoofd bleek te zijn geplaatst door een lid van de PMA/cliëntenraad.
- Op 18 augustus 2016 heeft de interim-voorzitter van de PMA/cliëntenraad de teamleider van het Sociaal Team geïnformeerd over een anonieme dreigbrief aan de secretaris en interim-voorzitter
- Op 18 augustus 2016 heeft het hoofd van de Afdeling Werk en inkomen twee mails ontvangen van een oud-lid en van een zittend lid van de van de PMA/cliëntenraad waarin opnieuw de interne problemen aan de orde worden gesteld.
- Op 23 en 24 augustus 2016 heeft een medewerker Participatie meldingen ontvangen over beschuldigingen van leden van de PMA/cliëntenraad over ontoelaatbaar gedrag.
Beslissing
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 333,- aan verzoeksters te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 990,-.