Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2017.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving sinds 2010 een WIA-uitkering en vroeg in 2013 toeslag aan op grond van de Toeslagenwet (TW). Verweerder stelde vast dat eiseres een pensioen ontving, waardoor zij onterecht toeslag kreeg en vorderde € 2.390,94 terug over de periode 2014-2016. Eiseres betwistte dit en voerde aan dat zij niet wist dat zij het pensioen moest opgeven en dat verweerder zijn onderzoeksplicht had geschonden.
De rechtbank oordeelde dat eiseres op het aanvraagformulier onjuist had verklaard geen inkomsten te ontvangen, terwijl zij een pensioen had. Dit was een schending van de mededelingsplicht volgens artikel 12 TW Pro, waardoor terugvordering op grond van artikel 20 TW Pro gerechtvaardigd is. Het feit dat verweerder op de hoogte was van haar WIA-uitkering ontslaat eiseres niet van haar plicht.
Eiseres stelde dat er dringende redenen waren om niet terug te vorderen, onder meer vanwege de lange tijdsduur en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwierp dit, stellende dat geen bijzondere omstandigheden of onaanvaardbare gevolgen voor eiseres waren en dat de verjaringstermijn van vijf jaar niet was overschreden. Er was geen concrete toezegging die het vertrouwensbeginsel kon rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. Reichert op 2 juni 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van onverschuldigde toeslag wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering blijft in stand.