ECLI:NL:RBAMS:2017:4399
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende disfunctioneren
Hago Rail Services verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie. De werknemer was sinds 2012 in dienst en vervulde functies als clustercoördinator en later teamleider 2.0. Hago stelde dat de werknemer onvoldoende leiding gaf, te veel operationele taken verrichtte en onvoldoende resultaat behaalde, ondanks persoonlijke ontwikkelplannen en begeleiding.
De werknemer betwistte het disfunctioneren en stelde dat begeleiding onvoldoende was geboden en dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de consequenties. Ook voerde hij aan dat het opzegverbod tijdens ziekte ontbinding in de weg stond. De kantonrechter oordeelde dat het disfunctioneren onvoldoende was onderbouwd, beoordelingsgesprekken en vastleggingen ontbraken en dat de werknemer onvoldoende gelegenheid had gekregen zich te bewijzen in zijn nieuwe functie.
Daarnaast was er onvoldoende bewijs voor een duurzame verstoorde arbeidsrelatie. Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen. De proceskosten werden aan Hago opgelegd. De kantonrechter hoefde daardoor niet te oordelen over het opzegverbod tijdens ziekte of de transitievergoeding.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwd disfunctioneren en onvoldoende bewijs van verstoorde arbeidsrelatie.