De rechtbank Amsterdam behandelde op 8 juni 2017 de vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Bulgarije op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De opgeëiste persoon wordt verdacht van diefstal gepleegd door meerdere personen, diefstal met valse sleutels en opzetheling. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat de feiten voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid.
De kern van het geschil betrof de detentieomstandigheden in Bulgarije, specifiek in de gevangenis Lovech. Gezien eerdere jurisprudentie en het CPT-public statement bestaat er een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in Bulgaarse gevangenissen. De Bulgaarse autoriteiten gaven aan dat de opgeëiste persoon in een gevangenis wordt geplaatst die voldoet aan Europese normen, met mogelijkheden tot klachten en overplaatsing.
De verdediging en officier van justitie stelden echter dat deze garanties onvoldoende concreet zijn om het reële gevaar uit te sluiten. De rechtbank oordeelde dat zij niet kan volstaan met algemene informatie en dat concrete gegevens noodzakelijk zijn om een nauwkeurige beoordeling te maken. Daarom werd de beslissing over de overlevering uitgesteld en het onderzoek heropend, met het verzoek om aanvullende informatie van de uitvaardigende autoriteit.
De rechtbank bepaalde tevens dat de termijn voor uitspraak wordt opgeschort totdat deze informatie is ontvangen. De opgeëiste persoon en een Bulgaarse tolk worden op een later tijdstip opnieuw opgeroepen. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.