Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 2] , als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde verkrachting en diefstal rechtstreeks schade heeft geleden en dat zij deze schade voldoende heeft gespecificeerd. De rechtbank zal de door haar gevorderde bedragen ter hoogte van een bedrag van € 3.286,89 aan materiële schade toewijzen en een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schade toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 30 januari 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening.
[slachtoffer 3] , als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde verkrachting rechtstreeks schade heeft geleden en dat zij deze schade voldoende heeft gespecificeerd. De rechtbank zal de door haar gevorderde bedragen ter hoogte van € 389,86 aan materiële schade toewijzen en een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schade toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 31 januari 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening.
P.I. [plaats] , als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde brandstichting rechtstreeks schade heeft geleden en dat deze schade voldoende is gespecificeerd. De rechtbank zal de door haar gevorderde bedragen ter hoogte van een bedrag van € 27.875,17 aan materiële schade toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 19 mei 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
14 (veertien) jaar.
[slachtoffer 1], toe tot een bedrag van
€ 14.679,46(veertienduizend zeshonderdnegenenzeventig euro en zesenveertig cent) aan materiële schade en een bedrag van
€ 20.000,-(twintigduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 28 januari 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 34.679,46(vierendertigduizend zeshonderdnegenenzeventig euro en zesenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 28 januari 2016, tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
208 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[slachtoffer 2], toe tot een bedrag van
€ 3.286,89(drieduizendtweehonderdzesentachtig euro en negenentachtig cent) aan materiële schade en een bedrag van
€ 20.000,-(twintigduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade 30 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 23.286,89(drieëntwintigduizend tweehonderdzesentachtig euro en negenentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade 30 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
151 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
[slachtoffer 3], toe tot een bedrag van
20.000,-(twintigduizend euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade 31 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 20.389,86(twintigduizend driehonderdnegenentachtig euro en zesentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade 31 januari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van
136 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.
P.I. [plaats], toe tot een bedrag van
€ 27.875,17(zevenentwintigduizend achthonderdvijfenzeventig euro en zeventien cent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade 19 mei 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening.