De zaak betreft een voorlopige voorziening tegen het onvoorwaardelijk ontslag en de schorsing van een brandweerman door het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Het ontslag volgde op een disciplinaire procedure waarin de brandweerman werd verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan discriminatie, racisme en pestgedrag.
De voorzieningenrechter overwoog dat hoewel het onderzoek aanwijzingen van ernstig plichtsverzuim bevat, er ook twijfels zijn over de betrouwbaarheid en tijdsaanduiding van de gedragingen. Tevens concludeerde hij dat het dagelijks bestuur in redelijkheid niet meer van zijn bevoegdheid tot bestraffing gebruik had kunnen maken, mede vanwege eerdere signalen en een mediationtraject gericht op herstel.
Daarnaast bestonden ernstige twijfels over de evenredigheid van het opgelegde ontslag, waarbij het bestuur onvoldoende had gehandeld in het aanspreken en begeleiden van de brandweerman. Gezien deze omstandigheden en het belang van de verzoeker, schorst de voorzieningenrechter de besluiten tot zes weken na beslissing op bezwaar en beveelt hij onmiddellijke terugkeer in dienst.