ECLI:NL:RBAMS:2017:4963
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik stiefkind
Verdachte werd beschuldigd van ernstig seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefkind, waaronder orale, vaginale en anale penetratie, gepleegd tussen 2010 en 2017. De officier van justitie baseerde zich voornamelijk op de verklaring van het slachtoffer en enkele ondersteunende getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen grotendeels van horen zeggen waren, dat er ongerijmdheden waren in de verklaringen van het broertje van het slachtoffer en dat medisch onderzoek geen aanwijzingen voor misbruik gaf. Ook wees de verdediging op een positieve chlamydiatest bij het slachtoffer, terwijl verdachte en zijn partner negatief testten, wat ontlastend bewijs vormde.
De rechtbank oordeelde dat de ondersteunende verklaringen onvoldoende overtuigend waren en dat het bewijs niet voldeed aan het vereiste wettige bewijs. Het lichamelijk onderzoek leverde geen bevestiging van het misbruik op en de SOA-testresultaten vormden een contra-indicatie. Gezien deze omstandigheden sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 13 juli 2017.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor seksueel misbruik.