Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juli 2017 op het verzet van
[de man] , te Amsterdam, opposant
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Opposant had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaarschrift, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling prematuur was. Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak en verzocht om een zitting, waar hij verscheen met gemachtigde. Verweerder was niet aanwezig.
De rechtbank overwoog dat de niet-ontvankelijkverklaring was gebaseerd op het feit dat partijen hadden afgesproken dat het besluit op bezwaar pas eind juli 2016 zou worden genomen, terwijl opposant reeds op 14 juli 2016 een ingebrekestelling had gestuurd. Opposant voerde aan dat hij geen toestemming had gegeven voor uitstel en betwistte de juistheid van het verslag van de hoorzitting waarop de rechtbank zich baseerde.
De rechtbank stelde vast dat opposant het verslag pas na het verweerschrift ontving en pas na de uitspraak van 24 januari 2017 de inhoud aanvocht, zonder bewijs te leveren. De rechtbank vond dat het verslag als juist mocht worden beschouwd en dat opposant het risico droeg niet eerder te reageren. De overige verzetgronden faalden eveneens.
Daarom bleef de uitspraak van 24 januari 2017 in stand en werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.