ECLI:NL:RBAMS:2017:5386
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kredietovereenkomst en toewijzing vordering flexibel krediet ABN AMRO Bank
De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak tussen ABN AMRO Bank en een consument over een flexibel krediet en een schriftelijke kredietovereenkomst "Privé Limiet Plus". ABN AMRO Bank eiste betaling van het openstaande bedrag van het flexibel krediet, dat door de gedaagde niet werd betwist. De rechtbank wees de vordering van €12.111,95 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 mei 2014.
Tegelijkertijd bracht ABN AMRO Bank de schriftelijke kredietovereenkomst niet in het geding, ondanks een eerdere opdracht van de rechtbank. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de bank had voldaan aan haar informatieverplichtingen volgens de WCK en relevante richtlijnen. De rechtbank vernietigde daarom ambtshalve deze kredietovereenkomst.
De rechtbank constateerde dat onvoldoende duidelijk was welk bedrag daadwerkelijk was geleend, hoeveel rente was betaald en wat de resterende schuld was. Hierdoor werd de vordering op grond van deze overeenkomst afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering voor het flexibel krediet wordt toegewezen, de schriftelijke kredietovereenkomst wordt vernietigd wegens niet-naleving van informatieverplichtingen.