Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
ccaan beide officieren van justitie is verstuurd, hen niet opviel. Ook is het ongeloofwaardig dat het onderzoeksteam van de politie de declaratie niet opmerkte toen het de bij [naam B.V.] in beslag genomen documenten onderzocht. Uit het bovenstaande leidt de verdediging af dat de officier van justitie onjuiste mededelingen heeft gedaan met de opzet de rechtbank te misleiden, zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
hard copyis meegegeven. Dat verklaart wellicht dat de factuur niet bij een latere digitale zoekslag naar voren is gekomen. Dat de politie de
hard copyopzettelijk buiten de beschreven onderzoeksresultaten heeft gehouden is niet aannemelijk geworden. Bij die gang van zaken kan de officier van justitie geen verwijt gemaakt worden dat zij op basis van de opgemaakte processen-verbaal ervan uitging, en ook op die manier aan de rechtbank heeft gepresenteerd, dat de verdediging de declaratie pas later inbracht. Dat de officier van justitie onder die omstandigheden vragen stelt met betrekking tot de authenticiteit van de declaratie is ook begrijpelijk.
4.Inleiding
[functie]aangesteld om de politiegegevens die bestemd waren voor [naam organisatie] over te brengen.
5.Waardering van het bewijs
cherry picking’(het uitkiezen van de lucratiefste zaken) is ook niet gebleken. Er kan namelijk niet worden vastgesteld dat [naam B.V.] naar aanleiding van de verstrekte gegevens afzag van het behartigen van de belangen van een slachtoffer, of dat [naam B.V.] alsnog een cliëntrelatie beëindigde nadat zij de gegevens van [naam] ontving. Laat staan dat dit gebeurde, omdat de advocaat op basis van de verkregen informatie tot de conclusie kwam dat de zaak te weinig lucratief was voor [naam B.V.] .
6.Bewezenverklaring
7.Bewijs
8.Strafbaarheid van de feiten
9.Strafbaarheid van verdachte
10.Straf of maatregel
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
geen straf of maatregelwordt opgelegd.