ECLI:NL:RBAMS:2017:5938
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming beveiligingswerkzaamheden wegens disproportioneel geweld en twijfel aan betrouwbaarheid
De korpschef van politie heeft de toestemming van [de man] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten ingetrokken naar aanleiding van een incident op Koningsdag 2016, waarbij [de man] een bezoeker een duw gaf en een klap toediende. De korpschef oordeelde dat dit gedrag niet past bij een beveiligingsmedewerker die geacht wordt de-escalerend en professioneel op te treden.
[de man] voerde aan dat hij handelde uit noodweer omdat de bezoeker hem bedreigde en bespuugde. De voorzieningenrechter stelde echter vast dat de camerabeelden geen sprake gaven van een onmiddellijke aanval die subsidiariteit en proportionaliteit rechtvaardigde. Het handelen van [de man] was disproportioneel en niet passend bij zijn functie.
De rechtbank concludeerde dat de korpschef in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat [de man] niet betrouwbaar en integer genoeg is voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De belangen van de korpschef bij een veilige beveiligingssector wogen zwaarder dan de persoonlijke belangen van [de man].
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.