Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- [minderjarige 1],
- [minderjarige 2],
Rechtbank Amsterdam
De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor de verhuizing van haar twee minderjarige kinderen naar Israël, waar zij een Joodse opvoeding wil voortzetten. Partijen oefenden gezamenlijk gezag uit en hadden een ouderschapsplan met omgangsregeling waarbij de kinderen bij de vader waren in het weekend en bij de moeder op Joodse feestdagen.
De vrouw stelde dat de verhuizing noodzakelijk is vanwege haar verbondenheid met Israël, de Joodse opvoeding en betere leefomstandigheden. Zij wees op eerdere afspraken en een app-conversatie waarin de man instemde. De man betwistte dat er ooit toestemming was gegeven en voerde aan dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is, mede vanwege het verlies van contact en de mogelijkheid om in Nederland een Joodse opvoeding te geven.
De rechtbank oordeelde dat er geen consensus was over emigratie naar Israël en dat de man geen geldige toestemming had gegeven. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat de noodzaak voor verhuizing onvoldoende was aangetoond en dat de verhuizing het contact tussen vader en kinderen ernstig zou schaden. De geboden compensatie was onvoldoende om dit te verzachten.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van de vrouw af en bepaalde dat ieder de eigen proceskosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 23 augustus 2017.
Uitkomst: Verzoek moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing van de kinderen naar Israël wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak en grote impact op contact vader.