Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- [kind 1],geboren te [plaats] op [datum] ;
- [kind 2], geboren te [plaats] op [datum] ;
- [kind 3] , geboren te [plaats] op [datum] ;
- [kind 4] , geboren te [plaats] op [datum] .
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gescheiden en hebben een ouderschapsplan waarin zij bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven voor kinderbijdrage. De vrouw verzoekt de rechtbank de bijdrage te verhogen vanwege vermeende gewijzigde omstandigheden, zoals de verhuizing van de man buiten Amsterdam, zijn hogere inkomen, zijn hertrouwen en haar eigen opleiding.
De man betwist de gewijzigde omstandigheden en stelt dat hij al buiten Amsterdam woonde bij het sluiten van de overeenkomst, het salaris bekend was, en dat het hertrouwen niet relevant is omdat de kinderen bij de vrouw verblijven. De rechtbank oordeelt dat partijen bewust van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken en dat de wettelijke wijzigingsgronden niet van toepassing zijn.
De rechtbank toetst de wijziging aan artikel 1:159 lid 3 BW Pro en concludeert dat de gestelde gewijzigde omstandigheden onvoldoende concreet en ingrijpend zijn om wijziging te rechtvaardigen. De verhuizing is niet nieuw, het hogere inkomen was bekend, het hertrouwen is irrelevant en de opleiding is onvoldoende geconcretiseerd.
De rechtbank wijst het verzoek af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, omdat het verzoek niet kennelijk ongegrond was. De beschikking is uitgesproken door rechter J. Kloosterhuis op 6 september 2017.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage wordt afgewezen omdat partijen bewust van de wettelijke maatstaven zijn afgeweken en geen ingrijpende gewijzigde omstandigheden zijn gebleken.