ECLI:NL:RBAMS:2017:6309
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde studentenwoning en niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen
Eiseres, huurder van een studentenwoning in Amsterdam, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar woning voor het belastingjaar 2016, vastgesteld op €78.500. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, handhaafde deze waarde in een uitspraak op bezwaar. Eiseres stelde ook beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 8 augustus 2016 met bijlage een voor bezwaar vatbare beschikking vormt. Omdat op de datum van het beroep tegen het niet tijdig beslissen al een uitspraak op bezwaar was genomen, verklaarde de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank wees een verzoek tot verhoging van de dwangsom af omdat verweerder binnen de gestelde termijn had beslist.
Over de WOZ-waarde stelde eiseres dat de woning gebreken had en een kleinere oppervlakte dan verweerder aannam. De taxateur van verweerder mat de oppervlakte volgens de NEN 2580-methode op 24 m2, terwijl eiseres 20 m2 stelde. De rechtbank hechtte geen waarde aan de ontkenning van gebreken door verweerder op basis van informatie van de eigenaar, die als derde partij belang had bij een hogere waarde.
Een expertiserapport van een bouwkundige bevestigde de gebreken en een netto leefruimte van 20 m2. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Eiseres had haar voorgestelde waarde van €52.000 onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelde de WOZ-waarde in goede justitie vast op €74.000, vernietigde de uitspraak op bezwaar en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank stelde de WOZ-waarde vast op €74.000 en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.